Wethouders zetten raad op dwaalspoor - Radio 350

Wethouders zetten raad op dwaalspoor

Geplaatst op: 21-03-2005 |

RIJSSEN/HOLTEN - Op zeker vijf momenten hebben de wethouders W. Stegeman en J. Flim-Gerritsen de gemeenteraad de afgelopen twee jaar fout ingelicht over het gebruik van de Liezenboerderij in Holten. De VVD-fractie - die sinds september 2003 vragen stelde over de kwestie - laat doorschemeren dat dit geen politieke consequenties hoeft te hebben.


Centrale vraag die de VVD sinds september 2003 herhaaldelijk stelde was of het wettelijk in de haak is dat er sprake is van kinderopvang in de Liezenboerderij aan de Larenseweg. Stelselmatig kwam daarop het antwoord - afwisselend van wethouder J. Flim-Gerritsen van Welzijn en wethouder W. Stegeman van Ruimtelijke Ontwikkeling - dat er geen sprake was van illegale activiteiten wanneer er niet méér dan vier kinderen tegelijk opgevangen zouden worden. De kwestie kwam voor het eerst aan de orde in een vergadering van de raadscommissie Maatschappelijke Dienstverlening op 19 juni 2003, waarin wethouder Flim over kinderopvang in de Liezenboerderij zegt: ‘Planologisch is de Liezenboerderij een boerderij en is er dus sprake van een agrarische bestemming. Mevrouw Paalman (de Stichting Kinderopvang West Twente, red.) wil de Liezenboerderij graag kopen. Hierbij heeft zij zich te houden aan het reglement kinderopvang binnen deze gemeente. De gemeente dient mee te werken aan vrije vestiging en aan merktwerking; dit is rijksbeleid.’

Hiermee geconfronteerd vroeg fractievoorzitter J. Kevelam van de VVD in de raadsvergadering van 8 september 2003 ‘of dit betekent dat iedereen, in welke woonbestemming dan ook, tot vier kinderen professioneel mag opvangen’. ‘Wethouder Flim beaamt dit’, meldt het verslag van de raadscommissie. In dezelfde vergadering constateert het SGP-raadslid J. Slagman in weerwil van dit antwoord ‘dat er dus eigenlijk dingen clandestien gebeuren’. Waarop Stegeman dit ontkent en zegt: ‘Tot vier kindplaatsen is het aanvaardbaar.’

In de raadscommissie Grondgebied van 20 oktober 2003 komt de kwestie opnieuw aan de orde. Omwonende G.P.W. Lebbink van de Liezenboerderij stelt dat ‘de wethouder niet volgens de wet heeft gehandeld’. Het antwoord van Flim: ‘Formeel mag iemand vier kindplaatsen realiseren zonder vergunning.’ Flim geeft bovendien aan ‘dat ze volgens de wet handelt en dat er niets illegaals plaatsvindt in de Liezenboerderij’.

In dezelfde vergadering toont ook W. Veneklaas van GemeenteBelang interesse in de kwestie rond de aanvraag voor een bestemmingswijziging van de Liezenboerderij. Hij citeert uit een stuk dat aan de gemeenteraad is gestuurd door het college: ‘In het voortraject is er voor de raadscommissie Grondgebied geen afwegingsruimte om het verzoek tegen te houden.’ Daarbij maakt Stegeman in zijn antwoord onderscheid tussen de kinderopvang die dan al plaatsvindt in het voormalig woonhuis, en de toekomstige opvang in het achterhuis.

Ten onrechte dus, zo blijkt pas in 2005 bij de behandeling van een bezwaar tegen de kinderopvang in de boerderij door de bezwarencommissie. Tussendoor geeft het college nog een chronologisch overzicht van de gang van zaken in een vergadering van de raadscommissie Grondgebied op 8 juli 2004. Daarin zegt ‘het college’ over het aantal kinderen dat wordt opgevangen ‘dat de limiet is bereikt’. Terwijl er dus eigenlijk helemaal geen sprake mag zijn van kinderopvang.


Ga terug...