Beheer- en schadebestrijding Overijssel

Ook in de zomermaanden zijn leden van de WBE “West-Twente” (WBE) in het veld te vinden voor het uitvoeren van een beheer- en schadebestrijding.

De flora en faunawet geeft bevoegdheden en taken aan jagers voor het beheren van de fauna en onder meer het voorkomen en bestrijden van schade. Per provincie is dit verschillend geregeld. Er zijn diersoorten die landelijk bejaagd mogen worden en diersoorten die zogenaamd zijn vrijgesteld, op zowel landelijk als provinciaal l niveau. Ook kan er sprake zijn van een provinciale ontheffing. Dit kan betekenen, dat diersoorten die wettelijk beschermd zijn, verjaagd, gevangen en gedood mogen worden ter voorkoming van schade aan de landbouw, maar ook aan de infrastructuur, de wegen, spoorlijnen en dijken of bijzondere terreinen zoals sportvelden en begraafplaatsen.

Ook het voorkomen van schade aan de fauna en het voorkomen van een gevaar voor de volksgezondheid zijn belangrijke redenen voor een actief populatiebeheer.

Zo mag het konijn, de houtduif, zwarte kraai, vos en Canadese gans op grond van landelijke en/of provinciale vrijstellingen het hele jaar verjaagd en bejaagd worden. Als er sprake is van dreigende of optredende landbouwschade kan gebruikt gemaakt worden, onder strikte voorwaarden van ontheffingen voor het verjagen of bejagen van de wilde eend (buiten het jachtseizoen van 15 augustus tot en met 31 januari om), de roek, de nijlgans binnen het werkgebied van de WBE. Ook wordt het reewild zo beheerd op grond van een onderbouwd langjarig beheerplan opgesteld door de WBE en goedgekeurd door de provinciale Faunabeheereenheid. Voor elke WBE kan binnen een provincie een verschillende ontheffing gelden.

Belangrijk is het voorkomen van schade door het nemen van preventieve maatregelen door grondgebruikers, sámen met jagers. Daarbij moet gedacht worden aan het regelmatig verjagen, maar ook het plaatsen van ‘vogelverschrikkers’ bij voorbeeld in de vorm van linten en/of vlaggen of het maken van geluiden. Lang niet altijd wordt dus van een geweer gebruik gemaakt om een doel te bereiken.

Toch is het toepassen van het geweer niet altijd te voorkomen om schade te bestrijden, ook niet nu er sprake is van een tot nu toe relatief natte en koele zomer. Rijpend en door de regen platgeslagen graan hebben een grote aantrekkingskracht op kraaiachtigen en duiven. Jagers moeten daarbij het geweer hanteren om onaanvaardbare schade te voorkomen. Op grond van ontheffingen kan ook de landbouwschade beperkt worden door de nijlgans of, onder strikte voorwaarden, door de wilde eend. De WBE “West-Twente” beschikt ook over een ontheffing voor het doden van het wilde zwijn in het kader van schadebestrijding en verkeersveiligheid. Ook de bestrijding van de vos, soms met kunstlicht, op grond van het direct aan de WBE grenzende leefgebied van het korhoen en de weidevogelgebieden binnen het werkgebied van de WBE, was hierdoor mogelijk.

Dat dieren deels in het voortplantingsseizoen gedood moeten worden, is niet altijd te voorkomen. De invulling hiervan wordt zorgvuldig door jagers inhoud gegeven op grond van hun kennis, ervaring en kunde. Het is een taak van de WBE om betrokken beheerders, maar ook grondgebruikers te informeren over de mogelijkheden die telkens geboden worden. Eén van de taken is ook het doorgeven van de ontheffingen en de registratie van het gebruik ervan en de resultaten en de terugkoppeling naar bijvoorbeeld de Faunabeheereenheid Overijssel.

Deel dit bericht op:
Facebook
Twitter
LinkedIn