Enter Vooruit is haar ongeslagen status in uitwedstrijden dit seizoen zaterdag kwijtgespeeld. In Zwolle hadden de mannen van coach Anton Wennemers in het eerste bedrijf de winst voor het oprapen, maar E.V. vergat om de opponent in die fase een draai om de oren te geven. Tot overmaat van ramp deed zwart-wit ook nog twee doelpunten in de aanbieding. Be Quick ’28 profiteerde dankbaar van de gunsten en gaven, 2-1.
Zelden heeft Enter Vooruit dit voetbaljaar zoveel balbezit gehad als in de eerste helft tegen het Zwolse Be Quick ’28. De ploeg van eindverantwoordelijke Wennemers dicteerde in de drie kwartier voor rust, maar het had meer weg van dat het balbezit gekoesterd werd, dan dat Enter Vooruit danig en vol overgave op zoek was naar doelpunten.
Het balletje ging van links en rechts en weer terug, maar diepte zat er nauwelijks in het spel. Geen middenvelder die het eens op z’n heupen kreeg om “de zestien” van de tegenstander te bezoeken (in 21 wedstrijden scoorde uit die linie alleen Dylan Siemerink driemaal; de rest staat na driekwart voetbaljaar nog gortdroog) en voorin zaten de spitsen veelal met de handen in het haar in één-tegen-één-duels, waar normaliter de Enterse voorwaartsen vaak geen moeite hebben om in die situaties tegenstanders de loef af te steken en te scoren.
Het balbezit in die eerste helft benaderde de 70-30%, maar dat was meer gebrei rondom de middencirkel dan dat er volop voor de diepte c.q. steekpass werd gekozen. Toch was Enter Vooruit dreigender dan de gastheren, want daar werd vooral in het eerste halve uur aanvallend weinig van vernomen. Pijnlijk was echter dat de knikker om de haverklap ingeleverd werd bij een speler met een rood/zwart wedstrijdtenue en daar zat Be Quick nou net op te wachten. De Zwollenaren konden zich niet of nauwelijks combinerend richting doelman Robert Velten begeven, maar uit het arsenaal van “inleverballen” scoorde de thuisploeg meteen maar twee keer. De eerste maal werd de bal “zomaar” bij Zwolle-aanvoerder Frank Oosterhof ingeleverd, die vervolgens met een simpele pass Sander Aarten alleen voor het Enterse doel zette, 1-0 en pal voor de thee was wederom knullig balverlies op het middenveld plus halfslachtig ingrijpen in de zwart-witte defensie genoeg om Wim Nijburg de 2-1 te laten aantekenen.
Tussendoor had Ron Smit z’n machtige wapen, de kopstoot, gebruikt om na een hoekschop van Martijn Rohaan de bal met zijn blonde kuif tegen de netten te hameren.
Na rust bleef het Enterse gezelschap in eerste instantie opnieuw de ploeg met het meeste balbezit, maar voorin werd er nu helemaal niks meer afgedwongen. Zelden hoefde doelman Raymon Thalen zich te onderscheiden en met het vorderen van de speeltijd werden de tegenstoten van de roodhemden steeds dreigender. Vooral toen coach Wennemers nog meer aanvallende stoottroepen binnen de lijnen bracht, om alsnog de nakende nederlaag af te wenden, werden de counters van Be Quick levensgevaarlijk. Maar ook aan die kant misten de frontmannen de mogelijkheden om de strijd definitief in het slot te gooien.
In de absolute slotfase kreeg Enter Vooruit nog twee uitgelezen mogelijkheden om in extremis nog met een punt uit de Overijsselse hoofdstad te vertrekken, maar toen ook die kansen naar de eeuwige jachtvelden waren geknald moest geconstateerd worden dat de volgelingen van Wennemers voor de vierde achtereenvolgende maal geen zege konden bijtekenen en dat eveneens de eerste uitnederlaag van het lopende seizoen een feit was.
Ruststand 2 – 1
Eindstand 2 – 1