Elk jaar lopen honderdduizenden mensen een voedselinfectie op. Zeker nu de zomer is aangebroken en veel mensen regelmatig buiten eten, is er een verhoogde kans op een voedselinfectie. Hoe kunt u een voedselinfectie voorkomen? En wat moet u doen als u toch een voedselinfectie heeft opgelopen?
Voedselinfectie
Een voedselinfectie is een ontsteking van maag en darmen. Deze ontsteking kan ontstaan als u iets eet of drinkt dat besmet is met een bacterie of virus. De klachten kunnen zijn: misselijk voelen, braken, diarree, buikpijn en koorts.
.
Hoe krijgt u een voedselinfectie?
Veel voedselinfecties ontstaan bij mensen thuis. Bijvoorbeeld:
Iemand wast zijn handen niet nadat hij naar het toilet is geweest. Daarna maakt hij eten klaar.
U snijdt rauw vlees op een snijplank. Daarna gebruikt u dezelfde plank voor groenten voor een salade.
Eten van vlees of vis dat niet goed gaar is.
Bacteriën en virussen groeien sneller in de warmte. Als de koelkast erg vol is, is de temperatuur vaak te hoog. Wordt het eten niet koud genoeg bewaard? Dan groeien bacteriën en virussen die u ziek kunnen maken dus sneller.
Wat kunt u doen om een voedselinfectie te voorkomen
Was de handen met water en zeep voor het klaar maken van eten.
Doe dit ook nadat u rauw vlees heeft aangeraakt.
Gebruik voor rauw vlees en rauwe groente aparte snijplanken. Was messen tussendoor af of gebruik verschillende messen.
Was groente voor rauwkost altijd goed.
Verhit eten altijd heel goed
Zorg dat vlees en vis hoed gaar is en kook groente zeker 2 minuten.
Zorg dat de temperatuur van de koelkast tussen de 4 en 7 graden is.
Boodschappen gedaan? Laat het niet in de warme auto maar zet ze zo snel mogelijk in de koelkast.
Gooi eten weg als het 2 uur buiten de koelkast heeft gestaan (bijvoorbeeld bij een barbecue).
Toch ziek?
Een voedselinfectie gaat meestal vanzelf over. Wacht rustig af en eet pas als u trek krijgt. Drinken is wel belangrijk. Door diarree en overgeven kan het lichaam veel vocht verliezen. Let daarom op uitdroging, vooral bij kinderen en ouderen.
Uitdroging kunt u herkennen aan:
– niet of weinig plassen (minder dan drie keer per dag; donkere urine en dorst)
– droge mond en diepliggende ogen
– koude armen en benen
Neem bij de eerste tekenen van uitdroging contact op met de huisarts. Als er diarree is met bloed, dan moet u altijd de huisarts bellen. Bij twijfel of als de klachten niet over gaan kunt u ook altijd contact opnemen met uw huisarts.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u bellen met het meldpunt infectieziekten: 053-4876840 of mailen naar infectieziekten@ggdtwente.nl.