De gemeente Rijssen-Holten heeft groen licht gegeven voor een interne verbouwing en een wijziging van de westelijke gevel van kerkelijk centrum Sion in Rijssen. De gemeente wijkt daarmee af van het door de monumentencommissie uitgebrachte advies en dus geeft het een omgevingsvergunning af.
Het gebouw is in 2013 aangewezen als gemeentelijk monument. De aanschrijving geldt voornamelijk voor de buitenkant van het gebouw. De binnenkant is niet beschreven, dus hieraan is geen monumentale status toegekend, waarbij de bevoegdheid van de monumentencommissie dus niet reikt tot het interieur.
Omdat de aanvraag ook een wijziging van de westgevel betreft, is advies gevraagd aan de monumentencommissie. De commissie heeft op 2 mei een afwijzend advies uitgebracht, in het bijzonder vanwege de voorgestelde aanpassing in de westgevel. Een aangepast plan waarbij de wijziging in de westgevel is gewijzigd in een alternatieve oplossing, is opnieuw voorgelegd voor advies en behandeld op 13 mei. Van dit plan voldoet de buitenkant, de wijziging van het interieur leidt tot een negatief advies. De commissie concludeert dat het leidt tot een onaanvaardbare aantasting van monumentale waarde.
Naar aanleiding van het advies is het pand bezocht en er is toelichting gegeven op de voorgenomen plannen. Daarbij is geconstateerd dat de huidige staat van het interieur gedateerd en verouderd is en dringend aan vernieuwing toe is. Gehandhaafd blijven de meest van belang zijnde kenmerken van het gebouw, zoals het plafond, de gebrandschilderde ramen aan de westkant met de kenmerkende omranding, de lichtstroken aan de oostkant van de kerkzaal en ook de kenmerkende tegelvloeren in het gebouw.
Om de voorgenomen aanpassingen voor het gebruik van het kerkgebouw en het kerkelijk centrum te continueren en te optimaliseren, heeft de gemeente Rijssen-Holten gemeend om af te wijken van het advies van de monumentencommissie en de omgevingsvergunning te verlenen. In het gebouw wordt ook het kerkelijk bureau ondergebracht, waardoor interne aanpassingen nodig zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de gebruikswensen van de leden van de geloofsgemeenschap.