Het 1000 Jongerenplan wordt in Twente vanaf 2015 voortgezet door de gemeenten. De gemeenten integreren het plan in hun reguliere aanpak van de arbeidsmarkt. Het 1000 Jongerenplan is bedoeld om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen bij het vinden van een baan of opleiding. De provincie Overijssel heeft in samenhang met het regionale Twentse Actieplan Jeugdwerkloosheid en met Jarabee, Regio Twente, de Twentse gemeenten, UWV, ROC, (speciaal)onderwijs, reclassering, MEE Twente en Justitie in 2010 het 1000 Jongerenplan opgezet. Overijssel is daarbij verdeeld in drie regio’s. Twente moet voor 2015 500 jongeren aan werk helpen. Inmiddels is dat bij ruim 400 jongeren gelukt. De andere jongeren zitten nog in een traject of zijn doorverwezen naar een hulpverlenende instantie omdat de problematiek nog te groot is.
€ 6.000 subsidie voor werkgever tot 1 januari
Rob Christenhusz, wethouder sociale zaken in Oldenzaal en lid van de stuurgroep 1000 jongerenplan: “Het 1000 Jongerenplan heeft aangetoond dat een regionale samenwerking met alle arbeidsmarktpartners effectief is. Daarom gaan de 14 Twentse gemeenten ook na 2014 door met deze succesvolle aanpak. Daarbij blijven we samenwerken met andere partners en natuurlijk werkgevers.”
Vanuit het Twentse Actieplan Jeugdwerkloosheid doet een jongere met behoud van uitkering eerst werkervaring op bij een werkgever. Daarna krijgt hij eventueel via het 1000 Jongerenplan een arbeidscontract aangeboden. Werkgevers die jongeren zo’n jaarcontract aanbieden, kunnen tot 1 januari 2015 nog rekenen op een provinciale subsidie van € 6.000. Daarna stopt deze subsidieregeling. Twentse werkgevers kunnen vanaf die datum bij het aannemen van een jongere uit het 1000 Jongerenplan nog wel gebruik maken van de reguliere subsidiemogelijkheden, zoals premiekorting of loonkostensubsidie.
Begeleiding jongere blijft
Naast een arbeidscontract is het doel alle jongeren een beroepsgerichte opleiding mee te geven. De jongere krijgt een intensieve begeleiding door een Individueel Traject Begeleider ( ITB-er). De jongere heeft daarmee één vertrouwenspersoon die aanspreekpunt/regisseur is voor alle zaken waar de jongere mee te maken heeft, zoals werkgever, dagbesteding, wonen, opbouw sociaal netwerk en eventueel schuldsanering. Voor grote bedrijven is het aannemen van deze jongeren met de bijbehorende intensieve begeleiding aantrekkelijk, omdat ze op die manier maatschappelijk verantwoord ondernemen zonder dat dit hen extra tijd en inspanning kost. Voor kleinere bedrijven is juist de subsidie interessant, bijvoorbeeld om intern een leerwerkmeester aan te wijzen die de jongere inwerkt en begeleidt.