In Nederland zijn 11 laagvlieggebieden voor helikopters aangewezen. Rijssen-Holten ligt in één van deze laagvlieggebieden.
Veel oefeningen worden in het buitenland uitgevoerd, waardoor het daarmee gepaard gaande geluid wordt geëxporteerd. Het is echter niet mogelijk om alle trainingen in het buitenland te doen. Bijvoorbeeld omdat gezamenlijk moet worden geoefend met grondeenheden, zoals de luchtmobiele brigade. Bovendien moeten de vliegers vertrouwd zijn met het vliegen boven het nationale grondgebied, voor het geval dat inzet binnen de Nederlandse grenzen noodzakelijk is. Ook de financiële consequenties zijn bepalend voor de keuze om in Nederland te blijven of naar het buitenland te gaan.
Defensie zet zich dagelijks in voor de vrijheid, veiligheid en welvaart in Nederland en daarbuiten. Personeel van de luchtmacht wordt met verschillende vliegtuigtypes ingezet in binnen- en buitenland en moet overal op voorbereid zijn. Zij staan stand-by voor ieder mogelijk conflict, van terreur tot gewapende agressie. Een inzetbare luchtmacht is een geoefende luchtmacht. Vaardigheden en kunde van het personeel moeten op de proef worden gesteld onder uiteenlopende omstandigheden en binnen realistische scenario’s.
Dagelijks vinden trainingen en oefeningen plaats die specifieke vaardigheden vereisen die de militaire vlieger dient te beheersen. Laagvliegen en vliegen bij duisternis zijn daar voorbeelden van. Dit zijn onmisbare vaardigheden die het verschil uitmaken in gevaarlijke en risicovolle situaties.
Helikopters zijn voor hun zelfbescherming grotendeels afhankelijk van de dekking van het terrein. In omstandigheden waarbij sprake is van een verhoogde dreiging is daarom vliegen op hoogte geen optie, maar moeten de helikopters laag blijven. Bovendien kan een helikopter door laag te vliegen buiten het radarbeeld van de tegenstander blijven waardoor de vliegers ongezien hun taken kunnen uitvoeren. Ook weersomstandigheden kunnen dwingen tot laagvliegen.
Laagvliegen vergt, zeker bij duisternis, specifieke training en ervaring. Obstakels zijn bij laagvliegen pas laat zichtbaar. Vliegers moeten zich hiervoor eerst kwalificeren voordat zij operationele taken mogen uitvoeren. Daarna moeten de vaardigheden op peil worden gehouden. Het is niet mogelijk om dit uit te stellen totdat de vliegers en helikopters operationeel worden ingezet voor bijvoorbeeld crisisbeheersingsoperaties, humanitaire hulpoperaties of nationale operaties. In dat geval is de tijd te kort om voldoende vliegers het trainingsprogramma te laten doorlopen.
Bij duisternis vliegen helikopterbemanningen met speciaal nachtzichtapparatuur. De bemanning ziet door deze helderheidversterkers alles in groentinten en het zicht is beperkt, vergelijkbaar met het zicht door twee wc-rollen. Het veilig vliegen met nachtzichtapparatuur is daarom iets wat vaak moet worden beoefend. Voor helikopters is het avondvliegseizoen jaarlijks van september tot april. Het avondvliegen met F-16’s vindt plaats tijdens verschillende weken verspreid over het jaar. Er wordt dan in principe gevlogen op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag tot uiterlijk 23.00 uur.
Militaire oefeningen worden vroegtijdig en zorgvuldig voorbereid. Dit is van essentieel belang voor de oefenende eenheden, maar ook voor de omgeving van de oefenlocaties. Het kan zijn dat omwonenden toch overlast ondervinden, bijvoorbeeld van de vliegbewegingen. Eventuele klachten kunnen worden ingediend via www.defensie.nl/actueel/vliegbewegingen of via het gratis nummer 0800-0226033. of Teletekst pagina 766.