RIJSSEN-HOLTEN – De college-onderhandelingen in Rijssen-Holten deden denken aan de good cop, bad cop-scènes in politieseries. Volgens Matthijs Gerritsen, onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek, steekt het toch iets anders in elkaar. Wat: college-onderhandelingen in Rijssen-Holten
Wie: Matthijs Gerritsen
Deskundigheid: onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek
In vaktermen heet de good cop, bad cop routine het prisoners dilemma. Gerritsen legt uit: ‘Twee boefjes worden opgepakt voor een inbraak en door de politie in aparte verhoorkamers gezet, waar ze elk hetzelfde voorstel te horen krijgen. ‘Als je bekent en je maat niet, ga je vrijuit en krijgt hij de maximale straf van twintig jaar. Als jullie beiden bekennen krijgen jullie elk tien jaar.’ Beide boefjes weten echter ook dat als ze beiden niet bekennen ze elk maar één jaar krijgen vanwege gebrekkig bewijsmateriaal. Wat doen de boefjes?’
De optimale situatie ontstaat wanneer beiden ontkennen. Mocht één van de boefjes echter besluiten te bekennen, dan is de ander heel slecht af. Omdat overleg niet mogelijk is, is het waarschijnlijk dat beide boefjes bekennen en dus elk tien jaar krijgen.
Bij coalitievorming doet zich eenzelfde soort probleem voor als CU en SGP vasthouden aan elkaar, terwijl de coalitiepartners slechts één extra partij zoeken. Als beide weigeren de ander los te laten, leidt dat tot een plaats in de oppositie, geeft één van de twee toe, dan is diegene verzekerd van een plek in de coalitie, maar geven beide toe, dan kunnen de coalitiepartners kiezen.
Volgens Gerritsen ligt het met coalitie-onderhandelingen echter wat ingewikkelder, omdat partijen zich niet volledig kunnen baseren op feiten, maar voor een groot deel moeten speculeren. ‘De partijen weten niet wat de precieze voorkeuren van de andere partijen zijn of wie met wie contact heeft of heeft gehad. Deze onzekerheid leidt tot zogenaamde belief systems. De partijen optimaliseren hun kans op een plek in het college aan de hand van wat ze vermoeden of denken dat de andere partijen voor ogen hebben’, aldus Gerritsen.
Zijn conclusie: ‘Na de informatieronde is het spel feitelijk al gespeeld. CDA, PvdA en GB hebben op aandringen van PvdA, met als startpunt daarvan de alarmerende opmerking van Schuurman dat de PvdA in de oppositie zou moeten, een blok gevormd met een meerderheid. Het overblijfsel, een vierde partij voor stabiliteit, was aan SGP en CU. De PvdA heeft zichzelf daarmee eigenlijk onmisbaar gemaakt voor een coalitie. Dat hebben ze heel slim gespeeld.’